15-10-2009

Arbeidsongeschiktheid en pensioen


Arbeidsongeschiktheid en pensioen

Wat gebeurt er met mijn pensioen als ik arbeidsongeschikt word? Deze vraag bereikte ons de afgelopen maanden verschillende keren in onze adviesgesprekken. Reden voor ons om hier in onze rubriek aandacht aan te schenken. Maar eerst komen wij terug op onze vorige kwestie, waarin wij ingingen op de kabinetsplannen voor 2010. Eén van de besproken onderwerpen betrof de AOW-partnertoeslag, die in 2011 wordt aangepast. Helaas zijn bij de uiteindelijke opmaak van de kwestie een paar belangrijke zinnen weggevallen, hetgeen veel reacties opleverde. Daarom geven wij hieronder nogmaals het hele artikel weer.

AOW-partnertoeslag vervalt al in 2011
Wanneer u 65 wordt en recht krijgt op AOW, ontvangt u een extra uitkering (partnertoeslag) zolang uw partner nog geen 65 jaar is. Een aantal jaren geleden werd besloten om de partnertoeslag vanaf 2015 te laten vervallen. In verschillende kwesties hebben wij eerder aangegeven hoe groot de financiële gevolgen hiervan kunnen zijn. Als eerste grote bezuiniging op de AOW heeft het Kabinet nu besloten om de partnertoeslag al vanaf 2011 te gaan schrappen, dus 4 jaar eerder. Belangrijk is hierbij op te merken dat volledige afschaffing pas plaats vindt wanneer de partner in 2011 jonger is dan 55 jaar. Voor pensioengerechtigden waarvan de partner dus ouder is dan 55 jaar, geldt de nieuwe regeling niet. De plannen om de partnertoeslag voor nieuwe pensioengerechtigden helemaal af te schaffen in 2015 blijven ongewijzigd. Voorts is nog van belang te vermelden dat er ook op de partnertoeslag wordt bezuinigd door deze te korten met 6%, met uitzondering van huishoudens met een totaal inkomen tot 20.000 euro.

Lager pensioen bij arbeidsongeschiktheid
Arbeidsongeschiktheid kent heel veel oorzaken. Een ‘ongeluk’ zit soms in een klein hoekje. Maar uw wereld kan er wel helemaal door veranderen. Niet alleen nu, maar ook nadat u 65 jaar bent geworden. Nog afgezien van de dagelijkse problemen, of ellende, waar u mee te maken gaat krijgen bij arbeidsongeschiktheid, heeft het arbeidsongeschikt zijn ook nog eens een flinke impact op uw pensioenopbouw. Althans, dat zou het geval kunnen zijn.

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid
Veel pensioenregelingen in ons land kennen een bepaling over de gevolgen voor uw pensioenopbouw als u arbeidsongeschikt wordt. Deze wordt ook wel de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid genoemd, de zogenaamde pva. In dergelijke bepalingen is meestal opgenomen, dat indien u arbeidsongeschikt wordt, uw pensioenopbouw tóch wordt voortgezet, gedurende de periode dat de arbeidsongeschiktheid duurt. En dat kan nog wel eens tot uw pensioendatum doorlopen. En staat meestal in die bepalingen ook nog eens, dat u dan geen premie meer voor de pensioenopbouw hoeft te betalen. (En meestal uw werkgever ook niet, omdat uw werkgever het risico dat u arbeidsongeschikt wordt heeft verzekerd). Pva zegt het eigenlijk al: premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. 

Let er dus vooral op of uw pensioenregeling een dergelijke bepaling kent. Het komt namelijk nog steeds voor, dat een dergelijke bepaling niet is opgenomen. Dan moet u óf zelf premie blijven betalen (en uw werkgever ook) óf, in het ergste geval, als uw arbeidsovereenkomst beëindigd wordt vanwege de arbeidsongeschiktheid, stopt uw pensioenopbouw voor de toekomst. Als uw arbeidsongeschiktheid dan doorloopt tot uw pensioendatum kan het zijn dat u dus een flink aantal jaren geen pensioen meer heeft opgebouwd en rest u een karig pensioeninkomen. Heeft u een dergelijke pva wel, dan blijft de pensioenopbouw doorgaan, óók als u tijdens de arbeidsongeschiktheid ontslagen zou worden.
Niet elke arbeidsongeschiktheid is hetzelfde 

Niet iedereen is direct (of überhaupt) voor 100% arbeidsongeschikt. Sommigen zijn of worden gedeeltelijk arbeidsongeschikt (‘afgekeurd’). Voor een gedeelte blijft u dan ook werken, betaalt premie via de werkgever en bouwt uw pensioen verder op en voor een gedeelte ontvangt u een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Voor het gedeelte waarvoor u de uitkering ontvangt wordt de pensioenopbouw premievrij (u hoeft er dus niet voor te betalen) voortgezet. Een ‘addertje onder het gras’ is nog wel, dan u minimaal een bepaald percentage arbeidsongeschikt moet zijn om in aanmerking te komen voor de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en dus de voortgezette opbouw, bijvoorbeeld minimaal 35% of meer. Dat is vergelijkbaar met het verkrijgen van een arbeidsongeschiktheidsuitkering; daarin is ook een drempel aangebracht.
Mate van arbeidsongeschiktheid kan wijzigen.

Uw percentage arbeidsongeschiktheid kan toe- of afnemen in de loop der tijd, als gevolg van veranderingen in uw ziekteproces. Als uw percentage toeneemt kan ook het percentage van de premievrijstelling toenemen, maar dat is niet binnen elke pensioenregeling per definitie het geval. Bent u inmiddels ontslagen en herstelt u pas daarna, dan geldt dat de pensioenopbouw stopt op het moment van herstel. Eventueel kunt u dan tijdens de duur van uw WW-uitkering (u bent dan immers niet meer arbeidsongeschikt, maar werkloos) nog een beroep doen op voortzetting van de pensioenopbouw door het FVP. Al met al is het moeilijke materie. Bent u geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt vraag dan altijd na bij uw pensioenorganisatie wat de gevolgen voor uw pensioen kunnen zijn. Wilt u advies over het opvangen van financiële risico’s bij arbeidongeschiktheid vraag dan informatie bij een onafhankelijk en deskundig financieel adviseur

Meer artikelen hierover:

Kwestie van geld